Spartans stand tall. Als je een lijstje zou opstellen van de meest epische games van de afgelopen jaren, dan krijgt de God of War-reeks daar ongetwijfeld een prominente plaats op toebedeeld. In één woord kan je de reeks omschrijven: brutaliteit. In twee woorden: ultieme brutaliteit. Maar er is natuurlijk meer. De reeks heeft tot nu toe telkens grenzen weten te verleggen. De eerste games haalden het onderste uit de PS2, terwijl de grafische pracht van God of War III op PS3 nog steeds monden doet openvallen. Ook met Chains of Olympus wist men de hardware van de PSP erg goed te benutten. Het verhaal, de personages, de actie, de muziek, de manier waarop de speler in het spel gezogen wordt, allemaal dragen ze bij tot het grensverleggende karakter van God of War. De voornaamste vraag voor God of War: Ghost of Sparta is dan ook of het deze lijn weet door te trekken.
Na God of War III vroeg iedereen zich af wat het volgende avontuur van Kratos zou zijn. Eigenlijk was de vraag veeleer of er sowieso wel een volgend avontuur zou zijn, daar het einde van God of War III wel íets, maar weinig aan de verbeelding overliet. Een rechtstreeks vervolg zat er niet meteen aan te komen, maar wel bleek er een nieuw PSP-avontuur in de maak. God of War: Ghost of Sparta zou zich gaan afspelen vlak na de gebeurtenissen uit de eerste game, en zou een hoop antwoorden bieden op vragen die we ons allemaal begonnen te stellen in de loop van de reeks. Ghost of Sparta is in de eerste plaats geen spel dat je zomaar speelt om het te spelen, het is een spel dat je speelt omdat je benieuwd bent naar het verhaal van Kratos. De game spelen zonder enige voorkennis van de reeks is dan ook af te raden.
Aan het begin van Ghost of Sparta heeft Kratos net de troon van Ares bestegen als de nieuwe God of War, maar zijn nieuwe status geeft zijn gekwelde ziel geen rust. Kratos blijft nare dromen hebben die hem aan zijn ongelukkige verleden herinneren. De vraag is echter of het dromen zijn die verwijzen naar het verleden, dan wel visioenen die hem een opdracht voor de toekomst geven. In Ghost of Sparta wordt Kratos nauwelijks herinnerd aan zijn vrouw en kind, maar herinnert hij zich constant wat er tijdens zijn eigen jeugd is gebeurd. We krijgen een jonge Kratos te zien, samen met zijn broer Deimos. Kratos weet dat deze visioenen er niet zomaar zijn en besluit, impulsief als hij is, op zoek te gaan naar antwoorden. Voor hij het weet, begeeft hij zich van de ene tempel naar de andere, op zoek naar zijn broer. Was Deimos niet dood, achtergelaten in de bergen?

Het verhaal dat Ghost of Sparta vertelt, komt nogal bruut tot stand. Redelijk uit het niets krijgt Kratos plots visioenen die verwijzen naar zijn jeugd, en hals over kop bevindt hij zich op een avontuur waarvan de bedoeling vaag en onzeker is. Je gaat naar bepaalde plaatsen om bepaalde zaken te vinden, maar je had net zo goed naar een andere plaats kunnen gaan om iets anders te vinden. Je komt bepaalde personages tegen, maar waarom zijn deze nooit of slechts zeer beperkt aan bod gekomen in andere God of War-games? Aan het einde van de game vraag je je bovendien af of dit het nu was. Was dit nu het grote avontuur van Kratos op zoek naar zijn broer? Het lijkt er sterk op dat men voor Ghost of Sparta heeft gekeken naar de reeks en zich heeft afgevraagd waar men nog een stuk van het verhaal kon tussen zetten. Tussen het eerste en het tweede deel was er de nodige ruimte, dus die keuze leek snel gemaakt. Jammer genoeg ontbreekt het het verhaal enigszins aan samenhang, en lijkt het in elkaar gebokst om, gewoon, toch maar een verhaal te hebben.
God of War zoals we het kennen, of niet?
Ghost of Sparta speelt nagenoeg hetzelfde als alle andere God of War-games. Het hack and slash-principe blijft dan ook ongewijzigd, aangevuld met enkele, eigenlijk te makkelijke puzzels, platformgedeelten en eindbazen. Je werkt of vecht je van de ene omgeving naar de andere, en door suggestieve camerastandpunten lijkt het wel of de onwtikkelaar je bij je hand door het hele spel leidt. Op de normale moeilijkheidsgraad bieden vijanden bovendien nauwelijks een uitdaging, wat ook geldt voor de einbazen, die niet eens zo talrijk of overweldigend zijn. Dit maakt dat je als speler tussen de zes en de acht uur bezig bent met het uitspelen van de game, waarna je enigszins ontnuchterd achter blijft. Wie een uitdaging wil, moet dus maar meteen van in het begin voor een hogere moeilijkheidsgraad kiezen, die wél voor de nodige weerstand kan zorgen.

Ook de kisten zijn weer van de partij, zij het misschien iets te talrijk en vaak te zeer in het zicht. Bij eerdere God of War-games was het soms hopen dat er om de hoek een kist stond zodat je je levensmeter wat kon bijvullen, maar nu heb je zo’n kist ofwel helemaal niet nodig, ofwel vind je ze redelijk snel. Ook de speciale kisten waarmee je je levens- en magiemeter kan verlengen, zijn talrijk aanwezig. Jammer hierbij is dat je er niet echt hoeft achter te zoeken. Ze staan gewoon in het zicht, wat het spel opnieuw makkelijker maakt dan dat het zou mogen zijn.
Ook wat vijanden betreft herken je in Ghost of Sparta de lijn van eerdere games, en dat is absoluut niet slecht. Maar daar blijft het jammer genoeg bij. Het zijn vijanden die we inmiddels gewend zijn. We kijken er niet meer van op, en dat maakt dat Ghost of Sparta in zijn geheel bitter weinig biedt wat de reeks opnieuw dat grensverleggende karakter zou geven. Trollen, Medusa’s, minotaurussen, noem maar op, ze zijn van de partij, maar ze blazen je niet meer weg. De reden daarvoor is simpel: we zijn ze gewend uit vorige games, en daarnaast speel je het spel ook op PSP, wat de grafische mogelijkheden beperkt maakt. Let wel: voor een PSP-game ziet Ghost of Sparta er magistraal goed uit, maar er is meer nodig dan dat.




